Winkelwagen (0)

U heeft 0 product(en) in uw winkelwagen.

Subtotaal: € 0,00


hulp nodig?

Bel ons: (0416) 380 482

Stel je vraag op Facebook Veelgestelde vragen

Mail ons


delubas help

Is de DMT zinvol of niet?

 

Veel leerkrachten en ouders vragen zich af of de Drie-Minuten-Toets wel zin heeft. Waarom laten we kinderen woordenlijsten op tempo lezen? Geven de resultaten van de DMT een eerlijk beeld van het technisch leesniveau van een kind? Wat doen we daadwerkelijk met de uitkomsten van de DMT? In dit blog wordt het nut van racelezen onderzocht en vertellen we hoe we de resultaten hiervan inzetten voor Atlantis, onze nieuwe methode voor voortgezet lezen.


 

Oefenen van de DMT
Als kinderen slecht scoren op de DMT, gaan leerkrachten en ouders op zoek naar manieren om de leesvaardigheid te verbeteren. Daardoor hebben talloze kinderen de afgelopen jaren thuis en op school geoefend met het lezen van losse woordjes, met een zandloper of stopwatch erbij. Voor veel kinderen is dit een frustrerende training. Ze lezen immers contextloze en dus saaie woordrijtjes en worden niet beloond met een goed verhaal.

Heeft het oefenen wel zin?

Het trainen op woordniveau heeft nauwelijks invloed op de score van de DMT. Deze extra oefening heeft namelijk weinig effect op de snelheid van het herkennen van woorden die niet letterlijk worden geoefend¹. Uit onderzoek blijkt ook dat het oefenen van losse woorden op tempo weinig oplevert voor de leesontwikkeling en het lezen van teksten². En dat is uiteindelijk natuurlijk het voornaamste doel. Om vlot en vloeiend te leren lezen kun je woorden beter in rijke, betekenisvolle contexten aanbieden: leuke en interessante teksten dus!

Maar wat vindt de schoolinspectie daar dan van?

Tot enkele jaren geleden waren de DMT-resultaten een onderdeel waarmee de schoolinspectie de kwaliteit van scholen beoordeelde. Om een goede schoolbeoordeling te halen, werd daarom veel geoefend op de woordrijtjes. Maar sinds 2017 vraagt de schoolinspectie deze resultaten niet meer op³. Deze inspectie is dus geen reden om woordrijen te oefenen, mede omdat deze training onvoldoende bijdraagt aan de leesontwikkeling.


Beperk je oordeel niet enkel tot de DMT

Om het nut van de DMT te bepalen is het van belang om te weten hoe deze toets geïnterpreteerd moet worden met betrekking tot leren lezen. De DMT is slechts een middel om het leestempo op woordniveau te toetsen, wat een minimale ondersteunende rol heeft bij het goed leren lezen. Het advies is dan ook om een onvoldoende score op de DMT met grote voorzichtigheid te interpreteren. Verbind alleen conclusies aan deze score in combinatie met AVI-scores én je eigen observaties van leesmotivatie en leesgedrag (de betrokkenheid tijdens het lezen en de hoeveelheid gelezen boeken). Interventies om kinderen beter te leren lezen moeten niet leiden tot het oefenen van losse woorden, maar juist tot meer leesmotivatie om in interessante boeken te duiken.

Hoe passen we dit advies toe in Atlantis?

In Atlantis worden woordrijtjes alleen gebruikt om kinderen te laten kennismaken met nieuwe woordtypen. Hier zit een opbouw in moeilijkheidsgraad in. Zo leren kinderen het woordtype in verschillende woorden te herkennen. Het woordtype komt terug in verschillende opdrachten en teksten die passen bij het thema van het blok. Met Atlantis doen we dus niet aan racelezen, maar oefenen we de leestechniek in rijke betekenisvolle contexten die motiverend zijn voor kinderen.

Bevorderen van leesmotivatie

Atlantis besteedt veel aandacht aan leesplezier. Hét belangrijkste doel van deze methode is het bevorderen van de leesmotivatie. Met Atlantis krijgen kinderen in groep 4 t/m 8 een zeer uitgebreid aanbod aan teksten en verhalen, waarbij ze vaak zélf mogen kiezen welke tekst ze lezen. Daarnaast zijn er speciale leesplezierlessen, waarmee het leesvuur nog verder aangewakkerd wordt.

Ben je benieuwd naar Atlantis? Lees meer over deze nieuwe methode voor voortgezet lezen in ons methodemagazine. Of vraag een zichtzending aan, dan kun je de materialen drie maanden gratis bekijken en beoordelen!

Bronnen:
1.    Berends & Reitsma, 2006; Steenbeek-Planting et al., 2012
2.    Martin-Chang, Levy, & O'Neil, 2007
3.    Wet op het Primair Onderwijs, artikel 10a, punt 3